Minder voorkomende huidmijt:
Trombicula autumnalis en Dermanyssus gallinae
Esther van Praag Ph.D.
MediRabbit.com wordt uitsluitend gefinancierd door gevers.
Elke donatie, ongeacht hoe groot, wordt gewaardeerd en zal helpen bij de voortzetting van het onderzoek van de medische zorg en de gezondheid van konijnen.
Bedankt
|
Deze parasieten zijn
eigenlijk specifiek voor andere dieren, toch worden ze op konijnen gevonden
die in contact met de natuur zijn.
Trombicula automnalis of Trombicula
irritans worden soms gevonden op konijnen die toegang tot een tuin
hebben. De parasiet vrouwtjes leggen eieren in de grond. De larven die uit
deze eieren komen zijn nauwelijks zichtbaar voor het oog. Ze klimmen in het
gras en wachten tot een goede “gast” voorbij komt: kat, hond, konijn of mens.
Hier kan hij tot 3 keer zijn gewicht aan lymf opnemen. Daarna laat hij zich weer
op de grond vallen, waar zijn verdere levenscyclus verloopt.
Dermanyssus gallinae, ook wel rode mijt
genoemd, komt soms voor bij konijnen die in de buurt van vogels leven.
Klinische verschijnselen
Larven worden meestal op het hoofd gevonden (oren,
binnen- en buiten hoeken van de ogen, kin), in de hals en op de schouder,
onder de voorpoten en tussen de vingers, soms ook rondom de anus.
Beide parasieten leiden tot intense jeuk en de formatie
van huidvlekken (macules) en puistjes (pustules). Zelfmutilatie leidt verder
tot huidwonden, die op zich zelf ook weer ontstoken kunnen raken door een
bacteriële infectie.
Diagnose
Een visueel onderzoek van de huid is niet altijd voldoende
om de aanwezigheid te bevestigen; zo kunnen verschillende methodes toegepast
worden zodat minstens één parasiet of een ei gevonden wordt (zie 1.4). Kan
deze diagnose niet gesteld worden, dan is het beste een huidbiopsie te doen
van de plaats waar mijt vermoed wordt.
Bij zowel huid- en schurftmijt besmetting kan de parasiet
op de grond vallen en daardoor de
omgeving besmetten. Het is dus belangrijk om beiden het dier en de omgeving
te behandelen. Als het probleem verder niet opgelost kan worden, moet de
besmettingshaard gezocht worden. Dit kan zowel de aanwezigheid van een
besmette hond of kat zijn, evenals parasieten die de behandeling overleefd
hebben.
Behandeling
Behandeling van Trombicula sp. is moeilijk; soms is het
voldoende om het dier van de bron van infectie te verwijderen om van het
probleem af te komen. Fipronil, permethrin en organophosphaten worden veel
gebruikt bij andere dieren, maar kunnen bij konijnen tot serieuze
complicaties leiden. De fabrikant van fipronil (Frontline® - Merial) waarschuwt
tegen het gebruik van dit product by konijnen. Gevaarlijke bijverschijnsels
zoals depressie, anorexia, convulsie (stuiptrekkingen), kunnen vooral bij
jongere of kleine soorten konijnen voorkomen en tot de dood leiden. Dermanyssus gallinae wordt het beste met
carbamaat gebaseerde insecticide behandeld. Carbamaat moleculen zijn minder
giftig dan organophosphaten. Toch is aangeraden deze type insecticiden niet
bij konijnen te gebruiken, daar in sommige gevallen bijeffecten zijn
geconstateerd. Om absorptie door de huid te voorkomen is de beste methode een
poeder te gebruiken. Het is verder belangrijk om de omgeving van het
konijn te behandelen (boor zuur zoals Fleabusters®; Vet-Kem Acclaim Plus® -
Sanofi; Staykil® - Novartis; Indorex® - Verpak; acaricide spray). Als een
kleed behandeld moet worden, is het aangeraden het eerst te stofzuigen, zodat
het spray of poeder product er goed intrekt. Een kleed met een vloeibaar
wasmiddel te behandelen of the stomen is hier niet aangeraden; daar het
toegevoegde vocht de overleving en ontwikkeling van de mijt doen toenemen.
Tijdens een behandeling van een kamer moeten de konijnen in een andere ruimte
worden ondergebracht. Voor derdere informative over
huidmijt bij konijnen: see: “Skin Diseases of Rabbits” E. van Praag, A.
Maurer and T. Saarony, 408 pages, 2010. Verdere informatieBeck W. Farm animals as disease vectors of parasitic epizoonoses and zoophilic dermatophytes and their
importance in dermatology. Hautarzt. 1999;
50(9):621-8. Cerny V, Rosicky B. Mammals as source of ectoparasites
in towns. Folia Parasitol (Praha). 1979; 26(1):93‑5. Isingla LD, Juyal PD, Gupta PP. Therapeutic trial of ivermectin
against Notoedres cati
var. cuniculi infection in rabbits. Parasite. 1996; 3(1):87-9. Kirwan AP, Middleton B, McGarry JW.
Diagnosis and prevalence of Leporacarus gibbus in the fur of domestic rabbits in the UK. Vet
Rec. 1998; 142(1):20-1. Pinter L. Leporacarus gibbus and Spilopsyllus
cuniculi infestation in a pet rabbit. J Small Anim
Pract. 1999; 40(5):220-1. Wagner R, Wendlberger
U. Field efficacy of moxidectin in dogs and rabbits
naturally infested with Sarcoptes spp., Demodex spp. and Psoroptes spp. mites. Vet Parasitol.
2000; 93(2):149-58. |
e-mail: info@medirabbit.com